Het is een mooi tafereel: Noordwijk op een vroege zondagochtend, ergens midden jaren dertig. De bus van maatschappij De Duinlander is net opgestegen van beneden aan De Grent naar boven, op weg naar het bus- annex tramstation. Dat station staat ter rechterzijde van de foto, maar net niet meer zichtbaar. Het is niet druk. Er lopen een paar mensen in hun goeie goed op straat. Ze zijn op weg naar de dienst in de gereformeerde kerk, beneden aan de kop van de Hoofdstraat – het ronde torentje verheft zich nog net naast het schuine dak in het midden van de foto. Iemand komt zelfs per fiets. Blijkbaar was dat door de dominee toegestaan, maar het was niet vanzelfsprekend. Of misschien is hij helemaal niet op weg naar de kerk, maar naar de zondeval op het verdorven strand. Daarvoor was – gelukkig – geen dominele toestemming nodig. Twee mensen lopen de verkeerde kant op. Misschien spaarzame katholieken ‘van Zee’ die voor hun stichting en devotie alleen maar ‘op Binnen’ terecht konden. Of ze moeten met de bus mee naar Haarlem of naar Den Haag. De vrouw hoort hem al aankomen en kijkt om. Ter linkerzijde, bovenaan de tennisbanen, staan de oude dennebomen in al hun pracht en praal. De verfoeide dennescheerder die ze eind jaren vijftig naar beneden zou halen was nog ver weg.
Alles was nog ver weg.
