Steward Hugo Hoek (zie BLOG Toegift 16) had misschien wel meer Noordwijkse voorgangers(-sters) als steward bij de KLM, maar zover bekend maar één die – net als hij – bij een crash om het leven kwam. Anna Elisabeth Hermanides was in 1908 in Noordwijk geboren en was in juli 1935 juist in dienst bij de KLM toen ze de retourvlucht Amsterdam-Milaan mocht doen. Ze had nog geen vaste aanstelling. Daarom droeg zij ook nog geen uniform. Het was haar derde reis, bedoeld om ervaring op te doen. Zij had zich zeer verheugd op haar vaste dienstverband dat op 1 augustus 1935 zou zijn ingegaan. Ik kom weer bij www.aviacrash.nlterecht voor het verslag van het ongeluk dat haar – en haar 13 mede-inzittenden overkwam.
Op zondagmorgen 20 juli 1935 om 11.56 uur start de KLM Douglas DC-2 PH-AKG “Gaai” van het vliegveld Milaan voor de thuisreis via Frankfurt naar Schiphol. De route voert over de Alpen. In zwaar onweer vliegt gezagvoerder Van der Feyst vanuit Zuidelijke richting over de pas bij San Bernardino, met het doel deze aan de Noordzijde weer te verlaten. Het hevige onweer en zware slagregens beletten hem echter elk zicht. De Noordelijke pas blijkt geheel door wolken afgesloten. Er blijft niets anders over dan te trachten door de Zuidelijke pas terug te keren. Deze blijkt inmiddels ook door wolken en nevels versperd. Daarop vliegt de Gaai, zo melden bewoners van het plaatsje Mesocco, zeker 20 minuten heen en weer in het dal van de Moësa op zoek naar een uitweg. Het vliegtuig zit als het ware in het dal “gevangen” en ontsnappen is onmogelijk. Enige minuten voor het fatale ogenblik seint marconist Aafjes naar Milaan “ik vlieg blind en zoek mijn positie.” Op dat moment bevindt het toestel zich boven San Bernardino. Iets later wordt het bericht ontvangen: “wij tornen op tegen de hevige regen en de dichte mist.” Dit blijkt het laatste levensteken van het toestel. Omstreeks 12.30 stort de Gaai neer tussen de dennenbomen van een berghelling nabij het kuuroord Pian San Giacomo. Op het staartstuk na werd de Gaai volkomen vernield. Geen van de 13 inzittenden overleefde de ramp. Alleen Anna Hermanides leeft nog als zij uit het wrak wordt gehaald maar ze overlijdt zeer kort daarna. Aanvankelijk wordt verondersteld dat de Gaai tegen een bergwand te pletter is gevlogen, maar dat blijkt niet juist. Onderzoek van het wrak toont bijvoorbeeld aan dat de benzineleiding al was afgesloten (er is ook geen brand uitgebroken bij de crash), het landingsgestel ingetrokken, de motoren afgezet en de landingskleppen uitgezet. Een landingspoging met uitgetrokken landingsgestel zou een zekere catastrofe hebben betekend op dit zwaar geaccidenteerde terrein. Met ingetrokken wielen was er wellicht nog een kans. Van der Feijst moet dus hebben getracht een nood(buik)landing te maken. Dit blijkt ook uit de omstandigheid dat omwonenden een soort sirene hadden gehoord. En dit geluid bleek de claxon te zijn geweest die automatisch in werking wordt gesteld als de DC-2 snelheid mindert (zoals voor een landing) zonder daarbij het landingsgestel te laten zakken. Een geslaagde buiklanding was echter uitgesloten in deze omgeving met aan alle kanten hoge bergkammen en een terrein met talrijke oneffenheden in de rotsgrond. De Telegraaf schrijft op 22 juli 1935: “er is waarschijnlijk geen 20 meter oppervlak te vinden die vlak is.”
In het latere rapport van de crash-onderzoekers staan de volgende concluderende passages. De Gaai kwam op 5000 m hoogte (in een onweerswolk) terecht in sterk onderkoelde regen. Hierdoor trad plotseling zeer sterke ijsafzetting op. Door het onregelmatig losraken van ijs van de propellerbladen, traden sterke vibraties van het toestel op en werden de vliegers gedwongen om de motoren sterk te drosselen.
Met gedrosselde motoren verloor de Gaai echter snel hoogte. Pas onder de 3000 meter verdween de ijsafzetting, maar op dat flight level werd de Gaai geflankeerd door beduidend hogere bergtoppen die door het slechte weer slechts zeer beperkt en slecht zichtbaar waren. Met grote vliegkunst moeten de vliegers er in geslaagd zijn om beneden ca. 1600 meter grondzicht te krijgen en de uitweg uit het keteldal van San Giacomo te vinden. Vermoedelijk doordat deze uitgang volledig in nevelen gehuld was, zag Van der Feijst geen andere mogelijkheid dan om een noodlanding te maken. Met de motoren af, uitgetrokken flaps en ingetrokken landingsgestel moest hij een buiklanding maken op sterk geaccidenteerde terrein, bezaaid met stenen en struikgewas. Zeker zou het vliegtuig zwaar beschadigd raken, maar was een noodlanding zonder zware verwondingen aan de inzittenden mogelijk. In de linkerbocht voor de landing verloor de Gaai echter te sterk snelheid, “kiepte” voorover en sloeg op de grond te pletter waarbij alle inzittenden werden gedood.
Over Anna Hermanides zijn weinig gegevens bekend. Ik veronderstel dat zij de dochter was van Dokter C.H. Hermanides, die woonachtig was op de Huis ter Duinstraat in Noordwijk aan Zee (telefoonnummer 37). Deze Hermanides was o.m. met de toenmalige burgemeester van Panhuys de initiatiefnemer en oprichter van de Noordwijkse Reddingsbrigade in 1921. Maar in het dal van de Moësa was op die zondagmorgen in 1935 geen reddingsbrigade aanwezig, in ieder geval niet tijdig genoeg om Anna er misschien nog doorheen te slepen. Anna Hermanides werd op 26 juli 1935 begraven in Noordwijk.
