foto

Willem Johan Herman Mulier, voor insiders beter bekend als Pim Mulier, werd op 10 maart 1865 geboren in Witmarsum (Friesland). Pim  Mulier werd de onbetwiste grondlegger van de moderne sport in Nederland.

Maar zoals het zo vaak gaat met sportgeschiedenis is het lang zoeken naar een algemeen handboek waar zijn naam in wordt vermeld. Het zou tot 1995 duren voordat de eerste fatsoenlijke en mooie biografie verscheen van deze persoon. (“Pim Mulier, ijdel maar weergaloos” van Gijs Zandbergen). De jonge Pim kwam al op 5-jarige leeftijd terecht op de kostschool in Noordwijk (het zgn. Instituut Schreuders aan de Voorstraat). Het verhaal gaat dat zijn ouders even geen tijd voor hem hadden, omdat ze zo nodig naar de slagvelden van de Frans-Pruisische oorlog moesten trekken om te kijken hoe die oorlog daar haar vernietigende sporen had nagelaten. Op de kostschool bevonden zich enkele Engelse jongens (vraag me niet hoe dié daar terecht waren gekomen) die behalve cricket ook football speelden. Waarschijnlijk leek dit spel meer op rugby dan op “soccer” maar het was voor Mulier genoeg om het spel ook zelf te gaan spelen.

In 1879 zag hij een leren rugbybal hangen bij de Gruyter in Amsterdam, een winkel gespecialiseerd in Britse sportartikelen. Hij kocht de bal en liet via De Gruyter (“Piet de Dief?”) en passant ook de spelregels bestellen in Engeland.  Hetzelfde jaar zou hij (amper veertien jaar oud) samen met zijn vrienden de allereerste (en nog steeds bestaande) voetbalclub van Nederland oprichten: de – inmiddels Koninklijke –  Haarlemsche Football Club (HFC). Naast voetbal ging Mulier zich ook bezig houden met atletiek, cricket en hockey. In 1889 richtte hij de Nederlandse Atletiek en Voetbal Bond (NAVB) op. Deze bond zou de atletiek echter al gauw opzij schuiven en zich alleen nog maar met voetbal bezig gaan houden. De NVB werd hierdoor de voorloper van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB). 

En zo kun je veel over het Nederlandse voetbal zeggen, maar het begon blijkbaar in bakermat Noordwijk. En Noordwijk bleef scoren in die sport: het bracht Grote Profs voort (Piet van der Lippe bij La Gantoise, Map Marijt bij Telstar en ZFC, Ton Marijt bij Haarlem, De Graafschap, Sparta en Roda JC, Edwin van der Sar (hoewel geboren Voorhouter) bij Ajax, Juventus, Fulham en Mac United. Het Nederlands elftal traint vrijwel altijd in Noordwijk, Leo Horn floot er, Johan Cruijff vluchtte er ooit langs mij heen naar de houten kleedkamers aan de Van Panhuys, Marco van Basten speelde in het eerste team van de Noordwijksche Golfclub. Het is allemaal ijdelheid en verders niet belangrijk. Behalve dan de geschiedenis van Van der Lippe en de geschiedenis van de Marijten (wat mij betreft was Kees – de Kikker – Marijt overigens de meest legendarische van allemaal). En behalve natuurlijk ook die hele vroege geschiedenis van Pim Mulier en die Engelse jongens aan de Voorstraat.