fotofoto

Egbert Estié (1865-1910) is vooral bekend als de oprichter van de grootste plateelbakkerij aardewerkfabriek van Gouda, de NV Plateelbakkerij Zuid Holland (1898). In 1906 richtte Estié opnieuw een sieraardewerkfabriek op, de Porceleinfabriek de Kroon, samen met compagnon Carl Fortmann. De fabriek werd gevestigd in Noordwijk, op de (toenmalige) hoek van de Gooweg en de St.Jeroensweg in de voormalige “stoomfabriek voor verduurzaamde levensmiddelen” ‘de Anna’. Die conservenfabriek was in de 2e helft van de 19e eeuw opgericht door de fabrikanten W.A. Blokhuis en B. Warmerlo,  leverde ingeblikte soepen en bonen o.a. aan het Nederlandse leger en exporteerde naar Oost- en West Indie en Zuid-Afrika. 

Estié kocht de grond en de opstallen van Cornelis J.L. van der Meer, de koop werd gesloten bij notaris L.A.T. Binnendijk op 15 november 1905. Aannemer C.G.J. Alkemade uit de Kerkstraat ging er nog eens over heen met zijn metselaars en timmerlieden en bouwde een grote hal waarin 2 gloednieuwe ovens werden geplaatst. 

Een deel van de benodigde financiën voor de aankoop en inrichting van de porseleinfabriek was afkomstig van Henri Breetvelt die als ontwerper en plateelschilder rond 1900 bij Estié in Gouda in dienst was geweest en een vermogend man was. Na een dienstverband van enkele jaren bij de Société Céramique ging Breetvelt in Noordwijk als ontwerper en plateelschilder aan de slag waar hij verantwoordelijk was voor de karakteristieke decors van gestileerde bloemen, bladeren en vlinders alsmede abstract-geometrische patronen en was hij verantwoordelijk voor zeer gestileerde decors van bloemen, bladeren en vlinders. Een ander kenmerk van ‘de Kroon‘ was het gebruik van felle, emailachtige kleuren, veelal geschilderd tegen een zwarte, helgroene dan wel volledig witte achtergrond. In vergelijking met de Plateelbakkerij Zuid-Holland was de Porceleinfabriek de Kroon maar een relatief klein bedrijf met een weliswaar bescheiden maar kwalitatief hoogstaande productie. Het overgrote deel betrof sieraardewerk. Rond 1908 zijn ook enkele stukken gebruiksaardewerk gemaakt die echter niet in de productie zijn genomen. De Porseleinfabriek de Kroon kon maar enkele jaren blijven bestaan (1906-1910). Estié en daarna ook Fortmann gingen snel failliet, de ombouw van De Kroon tot een heuse n.v. bood ook geen soelaas. 

De grond en de opstallen werden bij opbod verkocht aan Leopold Graaf van Limburg Stirum. In de opstallen was nog enige tijd de “Noordwijksche Electrische Speelgoed- en Houtwarenfabriek” (in Noordwijk bekend als “De Poppetjesfabriek”) gevestigd totdat in 1913 alles verwoest werd door een verzengende brand. De verwoesting was zo grondig dat leden van het Genootschap Oud-Noordwijk nog in de jaren zeventig van de vorige eeuw bij mijn opa kwamen informeren waar de Poppetjesfabriek nu eigenlijk precies had gestaan. De kruising dus van de Gooweg en de toenmalige St.Jeroensweg, die toendertijd in een bocht nog een klein stukje doorliep over de tegenwoordige Van der Mortelstraat heen.

Vanwege het korte en moeizame bestaan van de fabriek zijn producten uit de fabriek zeldzaam en zeer gezocht bij zowel verzamelaars als musea (o.a. het Boymans in Rotterdam). Veel werk bevindt zich in particuliere collecties. De grootste verzameling van aardewerk (porcelein is in weerwil van de ambities van De Kroon nooit tot stand gekomen) is echter bijeengebracht – ere wie ere toekomt – door het al eerder genoemde Genootschap Oud-Noordwijk dat met even vooruitziende als smaakvolle blik niet alleen een stukje Noordwijkse geschiedenis, maar ook een stukje Nederlands artistiek vakmanschap voor versplintering behoedde.

Er verscheen enkele jaren geleden een prachtig boek over de hele geschiedenis, verluchtigd met foto’s van de mooiste stukken aardewerk die je je maar kunt inbeelden: “Egbert Estié en de Porceleinfabriek De Kroon, Noordwijk 1906-1910.” Het boek is – antiquarisch – nog volop verkrijgbaar. Op internet zijn ook verschillende verhalen te vinden, onder andere van freelance journalist Marc Couwenberg. De collectie aardewerk van het genootschap is te zien in de Museumboerderij aan de Jan Kroonsweg in een permanente opstelling. Speelgoed uit de Poppetjesfabriek is niet meer te traceren, de ingeblikte bonen en soepen van De Anna zullen hun houdbaarheidsdatum ook wel definitief overschreden hebben.